‘Ik ben niet op zoek naar een mooi plaatje, ik ben op zoek naar een gevoel.’
Ruud gaat op zaterdag vaak om 6 uur op, soms om half 6. Op internet zoekt hij naar de bewolking, de temperatuur, de wind, het dauwpunt; dingen die cruciaal zijn voor het licht en voor de sfeer. Als de cijfers veelbelovend zijn gaat hij op pad. ‘Zo niet’, zegt hij opgeruimd ‘ga ik weer in bed liggen.’
Vandaag ga ik met hem mee. We verlaten zijn huis en binnen vijf minuten lopen Ruud en ik het landgoed van Hackfort op. ‘Ik heb meestal een kwartier nodig om te acclimatiseren,’ zegt hij. Fotograferen is een kunstvorm, niet anders dan schilderen of schrijven; je hebt tijd nodig om in de juiste gemoedstoestand te komen. Ruud zoekt in eerste instantie naar structuren. Soms ziet hij iets, op andere momenten voelt hij slechts dat er ergens iets te halen valt zonder dat hij meteen weet wat. Dan kijkt hij wat langer, en ontdekt hij wat hij precies wil. Als hij dat weet moet het licht nog kloppen. Dat kan even duren, soms weet hij dat hij een bepaalde foto moet maken, maar moet hij wekenlang geduld hebben. Hij kent het bos in een verbluffend detail. ‘Zie je dat kale takje daar, dat uitsteekt? Dat vind ik mooi’. We blijven stilstaan bij een kaarsrechte boom die hij al geruime tijd op het juiste moment wil vangen. ‘Vandaag lukt het niet,’ zegt Ruud. ‘Te veel licht in de achtergrond.’
De liefde voor de natuur zit in hem. Hij groeide op in Vorden en klom als jongen al in de berkenboom achter het huis om er wolken stuifmeel uit te schudden. Met zijn familie en beste vriendje liep hij door het bos op zoek naar mooie stokken en dennenappels en stond hij stil bij de Reuzeneik van Vorden om te kijken hoe dik de boom was. Als puber en daarna reden ze met de slee achter de auto door het Galgengoor, ze scheurden op hun Solex over het militair oefenterrein, ze keken naar de enduro en de military.
Ook zijn passie voor fotografie begon vroeg. Al op de lagere school kreeg hij een fototoestel mee op een schoolreisje naar Nijmegen. Hij begon landschappen te fotograferen, op de middelbare school portretteerde hij zijn klasgenoten. Op feestjes liep hij rond met een camera. Hij drukte zijn foto’s af in zijn eigen donkere kamer, eerst in zijn ouderlijk huis in de kelder, en daarna, als student, op zijn piepkleine wc – de vergroter op de wc-pot, links ervan het ontwikkelbad, rechts het fixeerbad.
Waar komt zijn fascinatie voor bomen vandaan? ‘Ik heb meerdere inspiratiebronnen zoals Michael Kenna, Francesca Woodman en Ansel Adams, maar het schilderij De grijze boom van Piet Mondriaan was bijzonder belangrijk voor me’. Hetzelfde schilderij zorgde er ook voor dat hij voor zwartwit koos. Was het wel een keuze? ‘Nee, ik kan niet anders,’ zegt Ruud gedecideerd.
Nadat hij een foto heeft gemaakt van een paar boomblaadjes die fel oplichten in de zon, vraag ik Ruud welke ontwikkeling hij als fotograaf heeft doorgemaakt. ‘Vroeger maakte ik foto’s waarvan ik dacht dat anderen ze mooi zouden vinden, nu doe ik wat ik zelf wil. Ik ben niet op zoek naar een mooi plaatje, ik ben op zoek naar een gevoel. Het gaat vaak ook om steeds kleinere dingen. Dat ene takje, die twee blaadjes.’ Ik vraag hoe hij weet dat een foto goed is, dat hij klopt. ‘Vaak is dat een sterk gevoel. Een eureka-ervaring die heel even de harmonie van het bestaan toont.’ Peinzend kijkt hij uit over een groot veld met gele bloemen. ‘En dat mag ik dan vastleggen.’
We lopen verder, hij wijst me op een kromgegroeide tak. Vlak ernaast zie ik twee takken die samen in de vorm van een hart zijn gegroeid. Hij lacht. ‘Nee, dat is te humaan, dat leidt af.’ Hij wil geen menselijke invloed op zijn foto’s. Een kasteel mag nog omdat het zo oud is. ‘Het staat er al eeuwen, het hoort bij het landschap.’ Door die keuze, en doordat Ruud in zwartwit fotografeert, hebben zijn foto’s een duidelijke eeuwigheidswaarde. Zoals Ruud tijdens het fotograferen ontsnapt aan het hier en nu, zo doet iemand die zijn foto’s bekijkt dat ook. Zijn foto’s konden – bij wijze van spreken – van vijfhonderd jaar geleden zijn. En hopelijk kan een bewonderaar die zijn foto’s over vijfhonderd jaar bekijkt denken dat ze de dag ervoor zijn gemaakt.
Ap Dijksterhuis, juli 2025